top of page

Pré-carnavalspret

Veel mensen in mijn omgeving begrijpen het niet: mijn liefde voor carnaval. Ondanks dat ik geboren ben met een feestneus op en een toeter, midden in het carnavalsgedruis (lees: mijn vader moest uit de polonaise gehaald worden omdat er bij moeders wat begon te rommelen), is carnaval gek genoeg niet iets wat ik met de paplepel ingegoten heb gekregen. De raad van 11 kwam wel aan het kraambed en daar kreeg ik mijn allereerste kiel. Niet wetende dat er nog vele pakjes zouden volgen.

Ik werd ik verliefd. Op carnaval. Op mijn grote liefde op carnaval. En als klap op de vuurpijl bleek 3 jaar geleden dat ik met carnaval zwanger werd van onze zoon. Carnaval is een rode draad in mijn leven. Gewild of ongewild.

Carnaval: voortkomend uit het katholieke geloof, voorafgaand aan het vasten. Vasten heb ik nooit gedaan en geloven doe ik niet, maar toch heeft carnaval een aantrekkingskracht op mij. En dat voor een dame die boven de rivieren is geboren. Carnavallen gebeurt namelijk heus niet alleen daaronder. Maar waar komt dan die liefde vandaan? Komt het door die woest aantrekkelijke boerenkielen? Nee. Jak. Door de oorverdovende carnavalskneiters? Nee, nog minder. Door de ellenlange polonaises die slechte dansmoves camoufleren? Eigenlijk allemaal niet.

Het zit hem in iets anders… Hoe fijn is het om even in de huid van een ander te kruipen zonder dat er vreemd naar je omgekeken wordt, kortstondig eventuele zorgen te vergeten, te lachen voor tien en het leven even te nemen zoals het komt. Iets wat we het liefst elke dag zouden doen, maar door verplichtingen als werk en school niet altijd even makkelijk kunnen. Door het verkleden vallen onderlinge verschillen weg en is iedereen gelijk en bevriend.

Het zit hem, naast bovenstaande, in de voorpret. Het verzinnen van een briljant, origineel carnavalstenue is een kunst op zich. Hoe zorg ik dat ik iets aantrek wat niet te lelijk en niet loeiheet is? Ik heb die fout eerder gemaakt, waarbij het noodzakelijk was om mijn vochtvoorraad nog harder aan te vullen dan dat ik al deed… Dat heb ik geweten! En minstens zo belangrijk; Hoe zorg ik voor een tenue die de voorgaande jaren overtreft, een boodschap heeft en ook nog grappig is? Oh ja, en niet licht ontvlambaar. Want dat ben ik zelf al 😉 Levensvragen waar ik mij de afgelopen weken mee bezig heb gehouden en mijn creativiteit weer deden opborrelen.

Dubbel van het lachen lig ik dagelijks met mijn beste vriendin D. We sturen elkaar foto’s met ideeën waar we helemaal los op gaan: “Sorry, maar dat kán écht niet…” tot “Jaaaa, hi-la-rischhhh” passeren regelmatig de revue. We zijn moeders, met verantwoordelijkheidsgevoel. Maar dat vergeten we wel eens als we elkaar appen. Gemakshalve, hoor. Dat wel. Zo lijkt het ieder jaar weer een onmogelijke opgave om tot iets te komen waar we (beiden) blij van worden, maar ook dit jaar is het weer gelukt.

Als de uiteindelijke keuze gemaakt is gaan we helemaal los. Daar zitten we nu nog middenin. “Een mandje mee om spullen in te dragen? Nee joh, ben je gek! Dan kunnen we geen bier vasthouden.” tot “Oh, ik print dat wel stiekem even op mijn werk”. Onze outfit verandert elke dag nog wel een beetje, om de voorpret nog maar iets te kunnen stretchen, maar in ons hoofd zijn we klaar.

Klaar ben ik ook vaak weer na een paar dagen carnaval: pakjes die stijf staan van de drank (en god weet wat nog meer) en de meest vreselijke hoempapa-muziek komt letterlijk je neus uit, net als de ongezonde levensstijl. Maar het is net als een bevalling. Na een jaar ben je de pijn weer vergeten en kan het wel weer. Zo is het ook met carnaval.

Als jullie mij de komende dagen missen klopt dat dus. Ik probeer tegemoetkomende polonaises te ontwijken, te lachen voor tien en mijn pakje (en mezelf) ongeschonden door het carnavalsgedruis heen te loodsen. En mocht je er ook zijn en mij herkennen, dan drinken we samen een biertje. Op het feest van het jaar, waar iedereen gelijk is. Zwart of wit, lang of kort, hetero of homo, man of vrouw. En wat zou het mooi zijn als we dat laatste gegeven van carnaval voor altijd vast kunnen houden. Zullen we een poging wagen? Mijn mooie droom. Alaaf!

bottom of page